Op welke ondersteuning op school heb je recht bij een leerprobleem of beperking?

Kinderen en jongeren met een beperking hebben recht op inschrijving in een school voor gewoon onderwijs. De school moet de nodige redelijke aanpassingen doen en een leerzorgcontinuüm uitwerken. Voor leerlingen met zwaardere noden kan de school externe ondersteuning krijgen of de leerling een individueel aangepast curriculum aanbieden. Daarvoor is wel de tussenkomst van het CLB nodig. Alleen als die aanpassingen niet volstaan en verdere aanpassingen voor de school onredelijk zijn, mag de school doorverwijzen naar buitengewoon onderwijs.

De fasen van het leerzorgcontinuüm

  • Fase 0: de brede basiszorg. Met een krachtige leeromgeving stimuleert de school de ontwikkeling van alle leerlingen. Ze volgt elke leerling goed op, helpt de impact van risicofactoren te verminderen en versterkt beschermende factoren.
  • Fase 1: de verhoogde (leer)zorg. De school doet aanpassingen voor een leerling, met inbegrip van differentiërende, remediërende, compenserende of dispenserende maatregelen.

  • Fase 2: uitbreiding van de (leer)zorg. Het CLB onderzoekt verder welke aanpassingen of ondersteuning de leerling nog meer nodig heeft en stelt daarover een gemotiveerd verslag op, waarmee de school externe ondersteuning kan krijgen.

  • Fase 3: leerzorg op maat. Op basis van een verslag van het CLB volgt de leerling een individueel aangepast curriculum (IAC), in het gewoon of in het buitengewoon onderwijs.

Welke redelijke aanpassingen moet een gewone school doen?

  • Aanpassingen om de toegang tot de school mogelijk te maken voor kinderen en jongeren met een fysieke beperking (bijvoorbeeld een klaslokaal op het gelijkvloers)
  • Aanpassingen om leerinhouden aan te brengen en te verwerken 
  • Aangepaste oefeningen en extra uitleg (differentiatie en remediëring) 
  • Extra hulpmiddelen zoals een zakrekenmachine, laptop met spellingcontrole, voorleessoftware, afdruk in groot lettertype of in braille (compenserende maatregelen)
  • Vrijstelling van bepaalde leerinhouden of taken, als die vervangen kunnen worden door gelijkwaardige leerinhouden of taken.

Vraag bij de inschrijving al een overleg met de school om duidelijke afspraken te maken over de nodige redelijke aanpassingen. Laat die ook op papier te zetten.

Wat als de school of een leerkracht redelijke aanpassingen weigert?

  • Spreek erover met de zorgcoördinator of de interne leerlingenbegeleider van de school.
  • Spreek erover met de CLB-adviseur die de school begeleidt. Welk CLB de school begeleidt, staat op de website van de school of bij de informatie over de school op de website van Onderwijs Vlaanderen
  • Het Steunpunt voor Inclusie biedt ook hulp.
  • Als dat niet helpt, dien dan een klacht in bij UNIA. Redelijke aanpassingen weigeren wordt beschouwd als discriminatie.

Het is ook mogelijk dat een school wel redelijke aanpassingen doet, maar die anders invult dan wat de leerling al gewoon is, bijvoorbeeld door andere voorleessoftware te gebruiken. Dan respecteert de school wel degelijk de regelgeving. Zulke situaties zijn het best op te lossen met bemiddeling. 

Gelden die redelijke aanpassingen ook voor toetsen en examens?

Ja. Soms gebeurt het dat leerkrachten wel redelijke aanpassingen (bijvoorbeeld extra hulpmiddelen) toestaan in de les, maar niet bij toetsen of examens ‘omdat dat niet eerlijk is tegenover de andere leerlingen’. Dat is een fout argument. Toetsen en examens gaan niet over competitie tussen leerlingen, maar helpen na te gaan hoe goed een leerling de leerdoelen bereikte.

Voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum volgen, houden dispenserende en compenserende maatregelen in dat sommige leerdoelen vervangen worden door andere, gelijkwaardige leerdoelen. Nagaan of de leerling die eigen leerdoelen bereikt heeft, kan alleen met aangepaste toetsen en examens, waarbij de leerling dezelfde hulpmiddelen (zakrekenmachine, voorleessoftware …) gebruikt als in de les. 

Het is vanuit die redenering dat bij de toetsen in het kader van het peilingsonderzoek, dat in opdracht van de Vlaamse overheid op grote schaal nagaat in hoeverre de eindtermen bereikt worden, leerlingen gebruik mogen maken van de redelijke aanpassingen die ze in de les gewoon zijn.

Wat als je niet akkoord gaat met het CLB-verslag?

Voor leerlingen met een beperking of leerprobleem kan het CLB 2 soorten verslagen uitreiken:

  • Een gemotiveerd verslag dat recht geeft op externe ondersteuning in het gemeenschappelijk curriculum. Dat is fase 2 van het zorgcontinuüm.
  • Een verslag dat toegang geeft tot een IAC of tot buitengewoon onderwijs. Daarmee start fase 3 van het zorgcontinuüm.

Bij onenigheid over zo’n CLB-verslag kan je een beroep doen op de klachtenprocedure van het CLB. Meer informatie hierover staat op de website van het CLB dat je school begeleidt. Die vind je via de website van Onderwijs Vlaanderen

Leidt de klachtenprocedure bij het CLB niet tot een bevredigende oplossing? Dan kan je bij onenigheid over dat tweede soort verslag om bemiddeling vragen bij de Vlaamse Bemiddelingscommissie

Er is al een verslag van het CLB. Mag de school de inschrijving weigeren?

Het Vlaamse inschrijvingsrecht is heel duidelijk. Een school voor gewoon onderwijs kan niet zomaar de inschrijving van een leerling met een beperking of leerprobleem weigeren, als die leerling voldoet aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden.

  • Leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen, ook al is dat met redelijke aanpassingen, hebben zonder meer recht op inschrijving in een school voor gewoon onderwijs. Dat geldt dus ook voor leerlingen met een gemotiveerd verslag, dat recht geeft op externe ondersteuning in het gemeenschappelijk curriculum in het gewoon onderwijs.
  • Leerlingen met een CLB-verslag dat toegang geeft tot een IAC of tot buitengewoon onderwijs hebben ook recht op inschrijving in een school voor gewoon onderwijs. In hun geval is dat een inschrijving onder ontbindende voorwaarde. Op basis van overleg met de leerling, de ouders, het CLB en eventuele andere experts moet de school binnen 60 dagen beslissen of de nodige aanpassingen redelijk (= proportioneel) zijn. Ofwel wordt de inschrijving dan definitief, ofwel ontbindt de school de inschrijving. In dat laatste geval kan de leerling in een andere school voor gewoon onderwijs opnieuw een inschrijving onder ontbindende voorwaarde vragen of naar een school voor buitengewoon onderwijs gaan. Welke elementen meespelen bij het afwegen van die proportionaliteit, ligt vast in artikel 2 van het protocol dat de federale overheid en de gemeenschaps- en gewestelijke overheden afsloten in 2007.
  • Leerlingen met een CLB-verslag dat toegang geeft tot een IAC of tot buitengewoon onderwijs mogen door een school voor gewoon onderwijs ingeschreven worden ‘in overtal’. Dat wil zeggen dat de school hen mag inschrijven als ze dat wil, ook al is het leerjaar (en de studierichting) al volzet en is er een wachtlijst.

Kan je met redelijke aanpassingen of een IAC nog een gewoon getuigschrift of diploma krijgen?

  • Leerlingen in fase 1 of 2 van het zorgcontinuüm kunnen net als andere leerlingen (fase 0) een gewoon getuigschrift of diploma behalen, ook al maakten ze gebruik van redelijke aanpassingen.
  • Leerlingen die in het gewoon onderwijs een IAC volgen (fase 3) krijgen op het einde van een onderwijscyclus een attest van verworven bekwaamheden. Op vraag van de school kan de onderwijsinspectie het gevolgde curriculum evenwaardig verklaren met het gemeenschappelijk curriculum. In dat geval reikt de school een gewoon getuigschrift of diploma uit.

Kan je voor een examen bij de centrale examencommissie ook redelijke aanpassingen krijgen?

Compenserende maatregelen, zoals extra tijd, spellingcontrole, rekenmachine of voorleessoftware, zijn mogelijk. Dispenserende maatregelen niet. De examencommissie geeft hierover meer info.

Wat zegt het kinderrechtenverdrag?

De overheid moet elk kind met een handicap de nodige zorg en ondersteuning bieden, onder andere door daadwerkelijke toegang tot onderwijs, zodat het kind zo volledig mogelijk kan integreren in de maatschappij en zich zo volledig mogelijk persoonlijk kan ontwikkelen, ook cultureel en intellectueel.

Artikel 3 zegt dat het belang van het kind een heel belangrijke overweging is bij alle maatregelen over kinderen. Dat geldt dus ook voor beslissingen over redelijke aanpassingen en inschrijving op school.

Wat zegt de wet?

Het Vlaamse Gelijke Kansendecreet van 2008 geldt ook voor het onderwijs. Het noemt redelijke aanpassingen weigeren een vorm van discriminatie. Het recht op redelijke aanpassingen en de voorwaarden voor inschrijving in het gewoon en buitengewoon onderwijs of voor een IAC in het gewoon onderwijs staan in:

Meer weten?

Voor vragen over het recht op redelijke aanpassingen of externe ondersteuning op school of over de getuigschriften of attesten die een leerling in dat geval kan behalen.

Over de rol van de interne leerlingenbegeleider, de zorgcoördinator en het CLB  

Over het recht op inschrijving van kinderen en jongeren met een beperking of met leerproblemen in een school voor gewoon onderwijs

Voor wie als professional meer wil weten over het zorgcontinuüm en redelijke aanpassingen

Bij een weigering tot inschrijving door een school

  • Vraag het LOP (lokaal overlegplatform voor gelijke onderwijskansen) om te bemiddelen. Is er geen LOP in de gemeente van de school? Ga dan naar de provinciale bemiddelingscel. Die bemiddeling moet gebeuren binnen 10 dagen na de weigering. Wacht dus niet te lang om ze aan te vragen.
  • Helpt dat niet? Dien dan een klacht in bij de Commissie inzake Leerlingenrechten. Die moet de klacht behandelen binnen 30 dagen na de weigering of na bemiddeling door het LOP. Wacht dus niet te lang.

Zoek je hulp?

Bots je op onrecht en geraakt je probleem niet opgelost? Heb je een vraag of klacht over kinderrechten? Wij helpen je verder.